Europees Parlement wil meer landbouwinnovatie

Europees Parlement wil meer landbouwinnovatie

Het Europees Parlement heeft dinsdag ingestemd met twee rapporten die het verder gebruik van innovatie in de landbouw bevorderen.

Het Britse Europarlementslid Anthea McIntyre pleitte voor technologische oplossingen voor duurzame landbouw, terwijl VVDer Jan Huitema een pleidooi indiende voor innovatie op de boerderij. In de plenaire vergadering heeft het parlement met beide moties ingestemd.

Huitema is vooral blij met de brede steun die zijn rapport heeft gekregen, van links tot rechts. “Het Europees Parlement laat hiermee zien dat de oplossing voor veel zaken in de landbouw ook in diezelfde landbouw ligt”, stelt hij. “Hiermee krijgen boeren de erkenning die ze verdienen.”

Het Europarlementslid is kritisch op het huidige landbouwbeleid. “Dat subsidieert vooral stilstand”, meent hij. “Daar moeten we van af.” De moties komen nu bij de Commissie en de landbouwministers te liggen, die vanaf nu rekening moeten houden met de mening van het parlement. De moties geven een basis waarop kan worden teruggevallen. “In mijn rapport noem ik bijvoorbeeld het mineralenconcentraat”, vertelt Huitema. “Het parlement heeft hier nu breed mee ingestemd. Als de ministers daarover praten, of als het onderwerp weer in het parlement ter sprake komt, kunnen we daarnaar wijzen en zeggen: ‘Toen hebben we daarmee ingestemd.’”

Tekst: Wim van Gruisen
Meer draagvlak voor mineralenconcentraat

Meer draagvlak voor mineralenconcentraat

Het draagvlak voor mineralenconcentraat uit dierlijke mest als vervanger van kunstmest groeit. Politieke partijen zijn positief en staatssecretaris Martijn Van Dam (EZ) gaat zich hiervoor in Brussel hard maken.

Die toezegging deed Van Dam woensdag in de Tweede Kamer op vragen van Helma Lodders (VVD). Ze vroeg Van Dam zich hard te maken om het minimale stikstofgehalte voor de erkenning van het mineralenconcentraat te verlagen. Lodders kreeg steun van CDA en GroenLinks.

In het Europese voorstel voor meststoffen staat dat een vloeibare meststof minimaal 2 procent stikstof of 1 procent fosfaat of 2 procent kalium moet bevatten, wil het worden erkend als vloeibare meststof. De concentraten die in Nederland worden geproduceerd uit dierlijke mest, hebben een stikstof- en kaliumgehalte van 1 procent. Hierdoor voldoen ze niet aan de norm.

Belangrijke stap
LTO wil daarom dat de norm wordt verlaagd naar 1 procent. ‘We zijn dan ook blij dat Van Dam zich daarvoor gaat inzetten’, reageert LTO-beleidsadviseur Wiebren van Stralen. ‘Het is een belangrijke stap.’

Van Stralen stelt dat Van Dam zich nu als voorzitter van de Europese Landbouwraad moet inzetten voor een voorstel in Brussel. ‘Ook de Europese Commissie lijkt hiervoor nu open te staan. Een goede beweging, eerder was ze niet zo happig.’

Derogatie
Van Dam gaf woensdag aan zich vol in te zetten. Hij acht de kans het grootst om via een derogatie de erkenning van het mineralenconcentraat als kunstmestvervanger te realiseren. Dit omdat hij verwacht dat door het lage stikstofgehalte de Nederlandse concentraten alleen geschikt zijn voor de binnenlandse markt en niet de de export.

Van Stralen hoopt ook de kunstmestindustrie mee te krijgen. Vorige week pleitte hij tijdens een symposium van brancheorganisatie Meststoffen Nederland voor samenwerking. ‘Ook zij ziet in dat ze stappen moet maken naar een circulaire economie. Mineralen terugwinnen uit mest kan ook zorgen dat ze kunnen worden hergebruikt als grondstof voor kunstmest.’

Van Stralen. ‘Als wij goede bruikbare concentraten aan de industrie kunnen leveren, kunnen zij het inkopen en verder opwerken, bij zowel fosfaat als ammonium zijn hiervoor mogelijkheden.’

Bron Nieuwe Oogst.nu

Kunstmestvervanger belangrijke troef klimaatbeleid

Kunstmestvervanger belangrijke troef klimaatbeleid

Kunstmestvervanger belangrijke troef klimaatbeleid

Geplaatst op woensdag 27-07-2016

Op dit moment voelen boeren en tuinders nog weinig van het nieuwe EU klimaatbeleid richting 2030. Maar dat verandert, waarschuwt LTO Noord. Kunstmest vervangen door bewerkte mest haalt de druk van de ketel, denkt specialist Klaas Jan Osinga.

 

Europees Commissaris voor klimaatbeleid Miguel Arias Cañete heeft op 20 juli 2016 voorstellen gedaan voor de periode 2021-2030. In 2030 moet de broeikasgas uitstoot gedaald zijn met 40 procent ten opzichte van 1990.

Kunstmestindustrie

Osinga denkt dat de Nederlandse inzet om organische bewerkte mest erkend te krijgen als kunstmest veel soelaas biedt. ´Maar dan mag de kunstmestindustrie niet zelf de winst opstrijken´, beseft Osinga. Ook ziet hij perspectief in duurzaam bodemgebruik, kringlooplandbouw en duurzame energieproductie. Hij informeert bestuurders en leden de komende tijd over het nieuwe klimaatbeleid, dat nog in de besluitvormende fase verkeert. Pas in 2018 wordt erover beslist. ´Nitraatrichtlijn en Natura 2000, daar veranderen we niets meer aan. Op dit onderwerp wel. Het klimaatbeleid kunnen en moeten we beïnvloeden’, aldus Osinga. ‘We kunnen er ook het GLB toeslagenbeleid na 2020 bij betrekken.’

Denen vrezen krimp

Hij gaat ervan uit dat het klimaatbeleid niet leidt tot verkleining van de rundveestapel, zoals in de Deense veehouderij wordt gevreesd. Kringlooplandbouw en efficiëntie zijn kernbegrippen waarmee LTO de critici tevreden kan stellen. En de voedselproductie mag niet in gevaar komen. Dat heeft de Verenigde Naties uitdrukkelijk gesteld bij de totstandkoming van het klimaatverdrag in Parijs in 2015. Ook de prijzen mogen niet sterk stijgen, heeft de Europese Commissie gezegd.

Extreme neerslag

Het is belangrijk dat boeren en tuinders de ruimte krijgen om te investeren in bijvoorbeeld duurzaam bodemgebruik, duurzame energie en kunstmestvervanger. Verder moeten ze betaalbare mogelijkheden hebben om risico’s op het verlies van oogsten behoorlijk af te dekken, zegt Osinga. Daarmee verwijzend naar de kwalijke gevolgen van de klimaatverandering voor de landbouw in de vorm van extreme neerslag.